Vorige Inhoud Volgende _________________________________________________________________ TS 860409 (c) 1986 by ORD-GROUP 31 profiling funktie. Het programma moet dan zijn huidige toestand doorgeven aan TS, die dan bijhoudt hoeveel tijd in elke toestand doorgebracht werd. Toestanden kunnen bij voorbeeld corresponderen met funkties in het gebruikersprogramma. Een programma kan van TS gegevens opvragen. In het uiterste geval kunnen alle gegevens verkregen worden door direct lezen uit de TS adres ruimte, hetgeen mogelijk is. Om dit wat te reguleren is er configuratie informatie beschikbaar, onder andere de locaties en groottes van de verschillende arrays binnen TS. Er zijn speciale funkties voor het opvragen van alle karakter respectievelijk disk devices die beschikbaar zijn. Interne structuur Het totale TS systeem is op te delen een een aantal min of meer hierarchisch gerangschikte modules. De buitenste module is de BIOS voor CP/M, het enige deel van TS dat zichtbaar is voor de gebruiker. Deze verzorgt het omschakelen van gebruikers naar systeem domein, en rouleert de system calls naar de juiste module. De volgende module vertaalt de locale device namen per gebruiker (zoals CP/M die gebruikt) naar de werkelijke systeem-wijde namen (bijvoorbeeld: CON: wordt VIDEO0). Deze module beheert ook de access permissie voor devices. Karakter devices zijn slechts toegankelijk vanuit één proces tegelijk, dit om onderlinge beinvloeding te voorkomen. Disks zijn leesbaar voor iedereen, maar mogen slechts aan één CP/M disk device tegelijk schrijfbaar gekoppeld zijn. Dit beperkt schrijf toegang dus automatisch tot één proces tegelijk. Als we de karakter I/O volgen komt er nu een support laag voor de hardware drivers. Deze omvat routines voor het beheren van karakter lists (nodig voor type ahead, en seriele apparaten), en voor de translatie van device-onafhankelijke codes gebruikt binnen TS naar de device-afhankelijke codes. Ook het herkennen van het zogenaamde "DEL" karakter vindt hier plaats. Dit karakter (de naam is een erfenis uit het verleden: het karakter kan ingesteld worden) heeft als resultaat het zenden van "breek programma af" signal (SIGDEL) naar het bijbehorende proces. Tenslotte volgt het allerlaagste niveau van karakter I/O, de drivers met bijbehorende interrupt routines. In de meeste gevallen doen deze drivers niet meer dan de directe aansturing van de hardware, gebruik makend van de beschikbare subroutines uit het vorige niveau voor de device-onafhankelijke functies. Als we de disk I/O volgen komen we nog meer lagen tegen. Aller- eerst komt nu de disk cache. De cache reduceert disk I/O en buffert sectoren voor CP/M. CP/M werkt namelijk met logische sectoren van 128 bytes, terwijl onze fysieke sectoren vier keer zo groot zijn. Bovendien doet zij aan vooruitlezen, zodat de snelheid van sequentiele disk I/O sterk toeneemt. Beneden de disk cache volgt de virtuele disk behandeling. Deze _________________________________________________________________ Vorige Inhoud Volgende